Waarom de Odyssee ons nog steeds raakt
De afgelopen tijd zie ik steeds meer berichten over de nieuwe film The Odyssey. Kranten schrijven erover, podcasts duiken opnieuw in het verhaal van Homerus en op sociale media wordt volop gesproken over de verfilming.
Ik vind het eigenlijk vooral mooi om te zien.
Niet omdat mijn boek over de Odyssee gaat – dat doet het niet – maar omdat het laat zien dat verhalen uit het oude Griekenland ons nog altijd weten te raken. Blijkbaar zijn ze na al die eeuwen nog steeds de moeite waard om opnieuw te vertellen.
Toen al die publiciteit verscheen, was het manuscript van Isfahan. De weg terug al bijna klaar. Ik was bezig met de laatste hoofdstukken en de afronding. Toch voelde het bijzonder dat juist op dat moment de aandacht weer uitging naar Hellas, het oude Griekenland. Alsof die oude wereld opnieuw even tot leven kwam.
Mijn liefde voor Griekenland
Mijn liefde voor Griekenland begon al veel eerder.
De eerste keer dat ik met ons gezin in Athene was, overviel me een vreemd gevoel. Alsof ik er niet voor het eerst kwam. Alsof ik iets herkende. Dat klinkt misschien bijzonder, maar het voelde echt als thuiskomen.
Later ben ik alleen teruggegaan.
Ik wilde opnieuw de Akropolis op. Gewoon rondlopen, kijken, voelen. Vanaf die hoge rots keek ik uit over de stad en de zee. Ik vroeg me af hoe mensen – de personages uit mijn boek – daar bijna vijftienhonderd jaar geleden hadden gestaan.
Dat beeld – om daar te staan – hielp om de personages een gezicht te geven in mijn fantasie. En dat maakt het schrijven zoveel leuker.
In ‘Ik noem je Míu’, het eerste deel van mijn boeken, vertrekken Míu’s grootouders rond het jaar 550 na Christus uit Athene. Hun wereld verandert razendsnel. De oude tempels worden kerken, oude gebruiken verdwijnen en niets lijkt meer vanzelfsprekend.
Hoe moet dat hebben gevoeld?
Hoe is het om afscheid te nemen van een stad die je liefhebt, terwijl je weet dat ze nooit meer zal zijn zoals je haar kende?
Terwijl ik daar op de Akropolis stond, probeerde ik me dat voor te stellen. Misschien was het juist die plek die mijn fantasie op gang bracht. Niet alleen voor het eerste boek, maar ook voor ‘Isfahan. De weg terug’.
Sterren, mythes en balans
De oude Griekse mythes hebben ook een plek gekregen in het verhaal. Heel voorzichtig. Ze vormen niet de hoofdlijn, maar ze zijn er wel. Net als de sterren, die voor mensen vroeger zoveel meer waren dan lichtpuntjes aan de hemel.
Voor mij gaat ‘Isfahan. De weg terug’ uiteindelijk niet over goden of helden.
Het gaat over vrijheid.
Over veiligheid.
Over de zoektocht naar een wereld waarin het vrouwelijke en het mannelijke weer meer in balans zijn.
En over het gevoel dat er misschien meer verbinding is tussen de aarde en de sterren dan we ons tegenwoordig nog realiseren.
Waarom oude verhalen blijven bestaan
Misschien is dat ook waarom verhalen als de Odyssee blijven bestaan.
Niet omdat we allemaal helden willen zijn.
Maar omdat iedere tijd opnieuw zoekt naar dezelfde vragen.
Waar hoor ik thuis?
Wat laat ik achter?
En welke weg brengt me uiteindelijk weer terug naar mezelf?
Dat zijn vragen die nooit oud worden.
Misschien is dat wel de echte kracht van oude verhalen. Ze reizen met ons mee door de tijd. Iedere generatie vertelt ze opnieuw, steeds op een andere manier.
En ondertussen inspireren ze weer nieuwe verhalen.
Zo is het voor mij ook gegaan.
Benieuwd naar die reis? Lees ‘Ik noem je Míu’ en Isfahan. De weg terug
